Nederlandse ministers van Financiën hebben een reputatie in Brussel: direct en weinig diplomatiek. Wie dat dreigde te vergeten, werd er donderdag nog eens aan herinnerd door Eelco Heinen (VVD). Die reageerde zuinigjes op de nieuwste tussenstand in de saga rond de volgende Europese begroting: „Het enige positieve aan dit voorstel is dat het laat zien hoe het niet moet.”
Verschillen benadrukken, dat hoort bij onderhandelingen, weet iedereen in Brussel. Zeker als het gaat om de meerjarenbegroting die voor zeven jaar geldt en waar in één akkoord honderden, duizenden miljarden worden verdeeld. Dan zet je vaak qua retoriek een tandje bij, om je positie te verduidelijken. Maar aan Heinens woorden was weinig gespeeld: voor Nederland en zijn zuinige bondgenoten dreigt de begrotingsdiscussie op alle manieren de verkeerde kant op te bewegen.
Het door Heinen gehekelde voorstel is het werk van Cyprus. Dat had, als roulerend EU-voorzitter, de taak de volgende discussieronde af te trappen en een compromis te vinden tussen de uiteenlopende standpunten van de 27 EU-hoofdsteden. Een ‘landingszone’ in Brussels jargon.
Volgens critici is daar weinig van terecht gekomen. „Dit komt niet in de buurt van een landingszone”, zegt een diplomatieke bron die anoniem wil blijven. „Dit staat zó ver af van waar wij willen uitkomen.” Een ander: „Dit is geen basis voor een geloofwaardige onderhandeling.”












