„Het was mijn allereerste liefdesrelatie”, begint Elsemieke van der Heijden (37) uit Amsterdam. „Ik was vijftien, hij tien jaar ouder, knap en groot. Oudere vrienden van mij hadden ons aan elkaar voorgesteld, gekoppeld eigenlijk. Ik kom niet echt uit een warm gezin, voor het eerst was iemand heel complimenteus. Hij overspoelde me met cadeaus, vooral kleding die ik moest aantrekken. Dat zou je nu love bombing noemen.”
„Maar na de roze wolk kwam de donderwolk”, zegt Van der Heijden. Langzaam kwam ze in de greep van haar loverboy. „Hij probeerde me steeds meer te controleren. Als ik een sms kreeg van een mannelijke klasgenoot over huiswerk vroeg hij: waarom sms je met hem? Op een gegeven moment mocht ik niet eens meer zelf naar school, sport of werk. Hij reed me altijd rond.”
De tattoo volgde na een jaar, in de zomer. „Een ster met onze initialen erin. Hij had hem al genomen, waarmee hij wilde zeggen: ik doe dit voor jou, jij moet dit voor mij terugdoen.” Weigeren was eigenlijk geen optie. „Altijd als ik hem tegensprak, stonden daar consequenties tegenover. Dat liep uit op ruzie, en dan kreeg ik een mep of een schop. Hij was kickbokser, een intimiderende gozer. Je hoopt altijd dat als je in iets meegaat, je het vervolgens minder erg voor je kiezen krijgt. En dat blijkt dan niet zo te zijn.”






