Met nog een week te gaan is het WK voetbal nu al een perfecte afspiegeling van de tijdgeest. Zoals het WK van 1954 het Wirtschaftswunder van het naoorlogse Duitsland reflecteerde, het WK van 1966 de weg opende voor een mondiale rule of law met de gele kaart als symbool, het WK van 1974 de Hollandse school van individuele vrijheid en ruimtelijke ordening over het voetlicht bracht en het WK van 2022 in Qatar aantoonde dat mensenrechten als universele waarden op hun retour waren, zo illustreert dit WK in Amerika de almacht van de populistische politiek. Anno 2026 blijkt zelfs voetbalbaas Gianni Infantino, ondanks zijn keizerlijke fantasieën, niet meer meer dan een klerk onderworpen aan de willekeur van de macht.

Ruim elf jaar geleden legde schaakgrootmeester en oppositioneel denker Garri Kasparov in Amsterdam uit wat in Rusland het verschil tussen sport en politiek was geworden. ”In schaken staan de regels vast en is de uitkomst ongewis. Bij verkiezingen zijn de regels veranderlijk maar staat de uitslag vast.”

Precies tot deze wisseltruc heeft de FIFA zich tijdens dit WK laten verleiden. Infantino heeft zo de altijd al corrupte voetbalwereld – waarvan hij en zijn voorgangers Sepp Blatter, João Havelange en Stanley Rous al bijna driekwart eeuw de personificaties zijn – nu ook politiek verzegeld.