Het is stilte voor de storm bij het Rassemblement National (RN). Dinsdag is de uitspraak in het hoger beroep tegen Marine Le Pen. Dan hoort de voorvrouw van de radicaal-rechtse partij of ze op 18 april volgend jaar mag deelnemen aan de Franse presidentsverkiezingen. Zelf zei Le Pen vorige week zich „kalm en sereen” te voelen in afwachting van de uitspraak. „Angst is een gevoel dat me onbekend is.”

Als het hof van beroep het vijf jaar geldende verbod op verkiezingsdeelname handhaaft dat de rechtbank vorig jaar oplegde, is het verkiezingssprookje van de 57-jarige politica voorbij. De rechtszaak draait om het verduisteren van Europese gelden. Naast het verbod eist de aanklager een boete van 100.000 euro en een jaar gevangenisstraf, die ze thuis mag uitzitten met een enkelband.

Een paar jaar geleden zei Le Pen nog te twijfelen of ze voor de vierde maal een gooi wilde doen naar het presidentschap. De afgelopen tijd richtte ze haar pijlen overduidelijk op het Elysée. Bij succes zou haar protegé Jordan Bardella, sinds 2022 voorzitter van het radicaal-rechtse RN, premier kunnen worden. Als de rechter dinsdag een stokje voor deze constructie steekt, kunnen ze in theorie die rollen omdraaien, omdat de premier in Frankrijk niet verkozen wordt maar benoemd door de president. Een premier met een enkelband is echter onwaarschijnlijk.