Vlak achter de finish op de berg Montjuïc maakt Tadej Pogacar plotseling een U-bocht. Hij rijdt onder een groot tv-scherm door en stuurt weer terug richting de finish, waar zijn persoonlijke verzorger klaarstaat met water en een handdoek. Daar stapt hij van zijn fiets, omgeven door drie rijen camera- en geluidsmensen.
Honderd meter verderop, in een tent achter de finish, omhelst een andere renner zijn ploeggenoten. Jonas Vingegaard fietst uit op een rollerbank en heeft een brede grijns op zijn gezicht. Twaalf seconden sneller dan Pogacar is hij geweest in de openingsetappe van de Tour de France, deze zaterdag in Barcelona. Hij mag na deze ploegentijdrit de gele trui aantrekken.
Ploegentijdrit? Ja, dat zou je bijna vergeten. Want aan de ouverture van de 113e Tour de France viel deze zaterdag weinig collectiefs te beleven. Door een nieuw format draaide de eerste ploegentijdrit in de Tour sinds 2019 uit op een duel tussen individuele renners – en niet tussen teams. De winnaar van dat duel: Jonas Vingegaard van de Nederlandse ploeg Visma-Lease a Bike.
Ieder voor zich
Die nieuwe regels luiden als volgt: welke ploeg wint, wordt bepaald door de tijd van de eerste renner die finisht – en niet, zoals voorheen, de vierde. Bovendien krijgen renners in het algemeen klassement hun individuele tijd toebedeeld en niet, zoals in vroeger tijden, allemaal de tijd van hun team. Het idee achter deze ploegentijdrit nieuwe stijl is dat klassementsrenners niet al op dag één tegen een flink tijdverlies kunnen aanlopen omdat hun ploeggenoten niet hard genoeg rijden.











