Op de laatste dag van mei was het groot feest in Rome, bij de Nederlandse wielerploeg Team Visma-Lease a bike. Om de eindoverwinning van kopman Jonas Vingegaard in de Giro d’Italia te vieren, samen met de zes etappezeges die het team behaalde, toog de voltallige ploeg met familie en vrienden naar een restaurant voor een uitgebreid diner. Daar vloeiden het bier en de wijn rijkelijk, stonden de tafels vol pizza’s en werd er gespeecht.
Toen een grote groep na afloop aanstalten maakte het Romeinse nachtleven in te duiken, maakte de man van het moment duidelijk niet mee te gaan. Vingegaard had genoten van de avond, zij het met mate, en ging nu naar bed. Voor hem, zoveel werd duidelijk, was het eerste doel van het jaar behaald, maar nu ging de focus op het volgende doel.
Die ‘dubbel’ is de afgelopen jaren door de beste klassementsrenners van het peloton angstvallig gemeden. Het laatste decennium doen jaarlijks gemiddeld zo’n twintig renners Giro en de Tour, maar vaak rijden zij een van de twee rondes (of beide) in dienst van anderen. Kopmannen die zich er recent aan waagden, waren de Brit Chris Froome, die in 2018 de Giro won en derde werd in de Tour, én Tom Dumoulin, die in datzelfde jaar in zowel de Giro als Tour tweede werd.








