Toen mijn twee oudste zonen nog geen babybroertje hadden, kwam er een keer een baby op bezoek, met z’n vader. Op een gegeven moment werd de baby te slapen gelegd in een van de slaapkamers van mijn kinderen en posteerden die zich als beveiligers voor de deur, om niet meer weg te gaan. De vader liep wat onrustig heen en weer tussen mij en de security guards omdat hij bang was dat ze de baby wakker zouden maken. Dat waren mijn zonen geenszins van plan. Ze stonden gewoon op wacht. Voor het geval dat de baby wakker zou worden, in een vreemd huis, in een vreemd bed. En dat we hem dan niet zouden horen. Daar moet je toch niet aan denken. Twee en vier waren ze. Uiteindelijk gaf de vader zich eraan over en kwam na een van zijn expedities terug met een verbaasd: „Ze zijn wel zorgzaam hè?” Alsof ze een zeldzame soort zijn, dacht ik.
„We’ve begun to raise daughters more like sons. But few have the courage to raise our sons more like our daughters” is een uitspraak van de Amerikaanse journalist en feminist Gloria Steinem die ik de laatste tijd vaak zie langskomen. Hij verwart mij. Ik weet niet wat dat is, opvoeden tot een meisje of een jongen. En als ik het zou weten dan zou ik het, denk ik, niet willen.












