Moeder: „Mijn peuter is 2,5 en doet alle dingen die je mag verwachten van een peuter: alledaagse acties zoals aankleden pertinent weigeren, een fittie gooien als ze de ‘verkeerde’ lepel krijgt, me strak in de ogen aankijkend haar volle bakje pap op de grond smijten. Het stelt het geduld van mij en mijn partner soms flink op de proef.”
„Waar we allebei proberen zoveel mogelijk empathisch te reageren op haar driftbuien, kan mijn partner wel iets sneller zijn geduld kwijtraken en onze dochter streng of boos toespreken tijdens een driftbui. Soms spring ik dan voor haar in de bres en berisp ik hem waar ze bij is. Ik vraag me af of ik daar wel goed aan doe. Moeten we niet juist een front vormen waar ze bij is, of is het oké om haar te laten zien dat we het niet altijd met elkaar eens zijn? Ik ben vooral benieuwd naar het effect van onenigheid voor de ogen van onze dochter.”
Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.
Elkaar helpen
Frank van der Horst: „Je geduld verliezen is in de opvoeding volstrekt begrijpelijk, zeker tijdens deze ingewikkelde fase. Maar uw peuter heeft op dat moment niks aan debat. In de ontwikkeling moet er op dit moment veel tegelijk gebeuren: uw dochter wil grenzen afgebakend krijgen, maar raakt vanwege de drang tot autonomie daardoor ook gefrustreerd. Juist dan heeft uw dochter u als ouders nodig: het vereist de dubbele taak om te begrenzen én te troosten, wat je doet door liefdevol en duidelijk te stellen wat niet kan, en nabij te blijven. Dat biedt uw dochter rust en voorspelbaarheid.”











