Goormans werkte vanaf de jaren zeventig tot midden jaren tachtig in het ziekenhuis, een voorloper van het huidige HagaZiekenhuis. Daar voerde hij kunstmatige inseminaties uit bij vrouwen met een kinderwens.

Het HagaZiekenhuis noemt de handelswijze van de arts "onacceptabel". Volgens bestuursvoorzitter Peter van der Meer heeft Goormans "het vertrouwen geschaad van vrouwen en hun partners, die van hem afhankelijk waren om hun kinderwens in vervulling te laten gaan".

Al in de jaren tachtig gingen het gerucht dat de gynaecoloog zijn eigen sperma zou gebruiken. Een onderzoekscommissie kon dat destijds niet bewijzen.

Na de zaak rond vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat meldden oud-collega's van Goormans zich in 2017 bij het HagaZiekenhuis met nieuwe vermoedens. Daarop stond Goormans DNA af aan Fiom, de organisatie die donorgegevens beheert. Hij deed dat onder de voorwaarde dat zijn identiteit geheim zou blijven.

In 2022 werden twee DNA-matches vastgesteld met donorkinderen. Die kregen aanvankelijk alleen informatie over fysieke en sociale kenmerken van de donor. Onlangs besloot Fiom, in overleg met de nabestaanden van Goormans en het ziekenhuis, alsnog zijn identiteit bekend te maken. Volgens het HagaZiekenhuis wegen eerdere afspraken over anonimiteit niet op tegen "het recht om te weten van wie je afstamt".