Tijdens de presentatie van het Britse socialemediaverbod voor kinderen onder de zestien jaar viel onlangs vooral op wie premier Keir Starmer aansprak. Ouders, scholen, beleidsmakers, platforms, bezorgde volwassenen. Vrijwel iedereen kwam voorbij, behalve de groep waarover het ging: kinderen en jongeren zelf.

Dat representeert de kern van het probleem. Het debat over sociale media wordt gevoerd alsof jongeren vooral objecten van bescherming zijn. Zij verschijnen als kwetsbaar, beïnvloedbaar, beschadigbaar. Dat zijn zij soms ook. Maar ze zijn ook burgers in wording, die moeten leren leven in een digitale samenleving waarin nieuws, vriendschap, status, commercie, identiteit en manipulatie door elkaar heen lopen.

Alexander Smit is onderzoeker bij het Centre for Media and Journalism Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dat de Britse regering iedereen die jonger is dan zestien vanaf volgend jaar wil gaan weren van sociale media, klinkt daadkrachtig. Eindelijk stelt iemand een grens. Eindelijk zien we hier een overheid die niet alleen waarschuwt, maar handelt.

En laten we niet doen alsof de zorgen uit de lucht komen vallen. Sociale media kunnen schadelijk zijn. Jongeren krijgen te maken met pesten, prestatiedruk, nachtelijk scrollen, desinformatie, seksuele intimidatie, eindeloze vergelijking en algoritmes die opvallend goed weten waar iemand gevoelig voor is.