„Je mag ze aanraken hoor”, zegt een vriendelijke suppoost die haar hand op het paardenhoofd legt, „dan voel je de steppe.” We staan op de Biënnale van Venetië in het landenpaviljoen van Kazachstan, niet ver van hoofdlocatie de Arsenale, waar vier metershoge vilten paardenhoofden staan. Paarden horen bij de nomadische cultuur van Kazachstan, legt de suppoost uit, en hebben een speciale rol in de kosmologie. De installatie van Smaiyl Baialiyev leidt naar een groepstentoonstelling met Kazachse foto- en videokunst, die dient om de „culturele stem van Kazachstan op het wereldtoneel te versterken”, aldus de tekst erbij.

Het gaat over fragiliteit en over het verleden, gezondheidsschade door kernproeven uit de Sovjettijd, over het zachte verglijden van de tijd, de toekomst. Een videowerk toont de ‘minor kuis’, de kui is een traditionele muzikale compositie. „Moge onze hechte natie blijven bestaan”, zingt iemand, „moge mijn hemelsblauwe vlag trots en ongeschonden wapperen.”

Het ‘minor kuis’ knipoogt naar de Italiaanse hoofdexpositie In Minor Keys van curator Koyo Kouoh: de Biënnale bestaat altijd uit een internationaal toonaangevende tentoonstelling, die losstaat van wat er te zien is in de paviljoens van deelnemende landen – inmiddels honderd. Dat betekent een enorme verscheidenheid aan geschiedenissen en culturen, zowel geografisch als economisch en politiek.