Adesanya Adeyeba Olewade, een 36-jarige Nigeriaanse migrant, wacht samen met een groep van zo’n tweehonderd landgenoten geduldig buiten de Nigeriaanse ambassade in de Zuid-Afrikaanse hoofdstad Pretoria. Langs een muur staan koffers, op straat staan zes tourbussen klaar om mensen naar het vliegveld te rijden. De groep is hier om zich aan te melden voor een serie repatriëringsvluchten, waarvan de eerste diezelfde nacht nog zal vertrekken.

Volgens de Nigeriaanse regering zijn de migranten niet meer veilig in Zuid-Afrika, omdat antimigratiebewegingen de bevolking opstoken tegen buitenlanders. Afgelopen maand zijn bij xenofobische rellen ten minste twee Mozambikanen omgekomen. Afgelopen week is een Malawiër volgens ooggetuigen vermoord vanwege zijn nationaliteit in de zuid-oostelijke stad Pietermaritzburg, waarna 1.700 migranten hun huizen ontvlucht zijn. Meerdere Afrikaanse landen halen hun burgers terug uit angst voor de toegenomen xenofobie in Zuid-Afrika. Ghana, Mozambique en Malawi repatriëren samen duizenden burgers.

Olewade, die op straat pruiken verkoopt, vreest voor zijn leven. Hij vertelt hoe hij thuis, in het bijzijn van zijn toen vijfjarige zoontje, is aangevallen door burgerwachten die zich tegen migranten keren. „Ze hebben me twee keer met een mes gestoken”, zegt hij terwijl hij een groot litteken in zijn nek laat zien. „Daarna hebben ze alles van mij gestolen: mijn huisraad, mijn pruiken, mijn telefoon en zelfs mijn paspoort.”