Kunst? Wat heeft Dave Eggers, schrijver van maatschappijkritische werken als Zeitoun (2009), De parade (2019) of de satirische tech-dystopie Het Alles (2021) ineens met beeldende kunst? Het antwoord is: alles. Voordat de Amerikaanse auteur met zijn debuutroman Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit (2000) doorbrak, studeerde hij onder meer kunstgeschiedenis aan de universiteit van Illinois en volgde tekenlessen. Na twee solotentoonstellingen in 2010 en 2015 richtte hij dit jaar een nieuwe kunstacademie op, Art + Water, die in de nabije toekomst gratis atelierruimte biedt aan kunstenaars. Bovendien exposeerde hij afgelopen weekend in een Amsterdamse galerie een aantal van zijn tekeningen. Kortom, naast literatuur neemt kunst een belangrijke plek in het leven van Eggers. En die liefde, met name voor klassiek tekenen, heeft hij nu verwerkt in Contrapposto, zijn nieuwe roman.

Met Contrapposto wil Eggers iets wezenlijks overbrengen, namelijk: wat betekent het om een kunstwerk te creëren? Een voorzichtig antwoord op die vraag komt op ongeveer een derde van de roman. Hoofdpersoon Cricket Dibb, die bij zijn moeder woont in een saai prairiestadje in de staat Indiana, zit op zijn zestiende verjaardag naast de rivier, met zijn schetsboek en potloden, en staart naar het stromende water. „Hij keek naar de stenen op de rivierbodem, verwaterd door de stroom die er overheen joeg […] De rivier liet zich niet tekenen, nee. Hij kon haar leven niet in potlood vangen.” Cricket tekent vervolgens een boomstam en komt, vele uren later, tot de conclusie dat de dag was vergaan, maar zijn tekening bleef. „Kunst was onthouden, documenteren. Een dag besteden aan het beschrijven van een dag en daarmee de tijd stilzetten.”