Marokkaanse Nederlanders krijgen maandagavond onvermijdelijk de vraag, ook als ze niets met voetbal hebben: voor wie ben je? En dat is de vraag. Gunnen ze de winst aan de gevestigde ploeg die al zo vaak heeft kunnen ruiken aan de wereldtitel maar hem nog nooit heeft behaald? Of kiezen ze voor de underdog met het enorme momentum, die met de Afrika Cup op zak voor het eerst in decennia weer in de top tien van de FIFA-wereldranglijst staat? De een twijfelt tussen een rood en oranje shirt op maandagavond, de ander weet zeker welke kleur het wordt. NRC sprak met vijf Marokkaanse Nederlanders over de wedstrijd, over kiezen of juist niet willen kiezen, feest én verdriet ongeacht de uitkomst, de angst voor onrust en de hoop op verbroedering.

Youssef Damnati (45), Amsterdam, kapper„Ik wilde echt niet tegen Nederland komen”

Youssef Damnati in zijn kapsalon. „Ik ben in Marokko geboren en ik houd van mijn land. Maar ik houd ook van Nederland, dus ik ben sowieso blij.”Foto Olivier Middendorp

Als zesjarig jongetje dat opgroeide in Tanger in de jaren tachtig was Youssef Damnati al groot fan van het Nederlands elftal. Familieleden verhuisden in die tijd naar Nederland en via hen maakte hij kennis met Oranje. „Ik volgde alles. Rijkaard, Koeman, Van Basten, Gullit, Seedorf en Kluivert. Van Basten was mijn favoriet. Hij kon zelfs vanuit een dooie hoek scoren. Jammer van zijn blessure.”