Het WK was al enkele dagen bezig toen Lionel Messi in het Arrowhead Stadium in Kansas City zich voor het eerst mocht laten zien. En hoe. De Argentijn schoot zijn land met een hattrick naar een zege op Algerije en kroonde zich met zestien WK-doelpunten tot gedeeld topscorer aller tijden.
Het bleek een voorbode van wat de andere sterren zouden laten zien. Kylian Mbappé scoorde tegen zowel Senegal als Irak twee keer. Landgenoot Ousmane Dembélé maakte tegen Noorwegen een hattrick en staat al op vier doelpunten.
En meer grote spelers leverden. Spits Erling Haaland staat al op drie goals voor Noorwegen. Vinícius Júnior scoorde vier keer voor Brazilië in de groepsfase. En topspits Harry Kane staat na drie duels ook 'gewoon' op drie doelpunten.
En Messi? Die maakte er tegen Oostenrijk twee en tegen Jordanië één, waardoor hij met negentien goals alleen WK-topscorer aller tijden is. Waar stopt de teller voor de achtvoudig Gouden Bal-winnaar op dit WK?
Vrijwel ieder WK sneuvelt een groot voetballand in de groepsfase. Zo strandde Spanje op het WK van 2014 kon Duitsland op de WK's van 2018 én 2022 al snel naar huis. Maar op dit WK is zoiets niet gebeurd.










