Als de avond langzaam valt in Kansas City, is de rondo in de hoek van het Arrowhead Stadium het voorspel op al dat moois wat nog zal volgen. Om 19.23 uur lokale tijd is Lionel Messi het veld opgekomen voor de warming-up, toeschouwers boven de spelerstunnel dringen om een foto te maken. Op het veld zwaait hij naar de ene lange zijde – dan naar de andere. De tribunes zitten vol Argentijnse fans voor hun eerste WK-duel tegen Algerije, op deze dinsdag.
Hier begint hij aan wat waarschijnlijk zijn laatste dans op het mondiale podium zal zijn. Het positiespelletje – ‘rondo’ in jargon – is al een demonstratie op zich. De razendsnelle voetbewegingen, de hakballetjes, de lichte tikjes – al springt er soms ook wel een bal bij hem weg. Maar hij hoeft niet in het midden te staan, hij hoeft niet op de bal te jagen. Gejuich klinkt als hij bij het inschieten een vrije trap hard op de kruising mikt.
Voor een carrière die na de wereldtitel in 2022 in Qatar als volmaakt kan worden gezien, geldt dit WK in Noord-Amerika als een toegift. Zijn verhouding met de nationale ploeg van Argentinië is niet eenvoudig geweest – tót 2022 althans. Altijd was er de vergelijking met Diego Maradona die het land in 1986 naar de wereldtitel leidde. Messi ging gebukt onder de hoge verwachtingen, zodanig dat hij na de verloren WK-finale in 2014 en het verlies in de finales van de Copa América in 2015 en 2016 besloot te stoppen bij het nationale team. Maar lang duurde dat niet.











