Openingstijd, stipt tien uur. De eerste verdieping van wetenschapsmuseum NEMO stroomt vol. De kinderen dartelen langs installaties die wat weg hebben van speeltoestellen, elk ontworpen om ze al spelend wat wetenschappelijke feitjes bij te brengen. Het gelach en gejoel is goed te horen in een kamertje achter in het museum, maar hoogleraar, spelontwerper en NEMO’s kersverse artist-in-residence Mary Flanagan (56) weet zich verstaanbaar te maken. Ze glundert als ze vertelt over de kracht van spelen: niet alleen voor de kinderen op de museumvloer, maar juist ook voor volwassenen.

Want eigenlijk spelen volwassenen continu: een „dirty secret dat we niet willen toegeven”, aldus Flanagan. Neem de brede populariteit van videogames – al lang niet meer enkel weggelegd voor nerdy tienerjongens – of de opleving van aan tafel gespeelde fantasiespellen als Dungeons & Dragons. Ook sport, zelfs theater valt onder spelen. „Juist nu hebben we spelen hard nodig. Steeds meer is de maatschappij ingericht op werk, werk, werk. Maar via een spel ontspan je, leer je, kun je systemen onderzoeken.”

Je merkt meteen aan Flanagan dat ze zich thuis voelt in ‘the big ship’, het herkenbare groene gebouw van NEMO bij de IJ-tunnel in Amsterdam, ook al is ze pas net begonnen als kunstenaar aan huis. „Iedereen is hier lekker geeky, heerlijk.” Ze groeide op in Wisconsin, studeerde filmwetenschappen en raakte in de ban van bordspellen. Haar vader nam zijn werk als elektricien vaak mee naar haar ouderlijk huis, wat steevast vol lag met uitvindinkjes: zelfgemaakte zonnepanelen, lichtgevende halsbanden voor de honden. „Ik ben opgegroeid in een quirky, experimentele omgeving. Het is heel mooi om in NEMO ook zo’n plek te vinden.”