Het is een uitzonderlijke hitte die Nederland op vrijdag teistert, al wordt die de afgelopen jaren wel steeds minder zeldzaam. Het weerstation in de Bilt van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) registreert op vrijdagmiddag een verzengende 36,3 graden Celsius, die sindsdien iets terugloopt. Alleen in 2019 waren de maximale temperaturen daar hoger. Dat was toen op drie opeenvolgende dagen in juli.

Het aantal extreem warme dagen neemt toe in Nederland, blijkt uit een overzicht gemaakt door het KNMI. Het instituut telde alle dagen waarop de maximumtemperatuur op ten minste één meetstation boven de 35 graden uitsteeg, vanaf het begin van de metingen in 1901, tot gisteren. Daaruit komt een lijst van 68 extreem warme dagen, waarvan 42 in deze eeuw.

De extreem warme dagen worden bovendien steeds heter. Vóór 2015 werd nog nooit een temperatuur boven de 38 graden gemeten, sindsdien is dat al acht keer voorgekomen, zonder vandaag mee te tellen. Het KNMI benadrukt dat de cijfers enigszins vertekend zijn, omdat er in de loop der jaren steeds meer meetstations bij zijn gekomen, waardoor er meer kansen zijn om een hoge temperatuur te registreren. „Maar dat effect is beperkt”, schrijft het instituut. „In Maastricht, waar sinds 1906 wordt gemeten, waren er de vorige eeuw 17 van dit soort dagen, en deze eeuw al 20.” Gecorrigeerd voor het totaal aantal jaren zijn er tegenwoordig ruim vier keer zo veel hittegolven.