Voordat Anouk de Coo (37) het stuur van de lesauto vastpakt, beweegt ze eerst haar handen snel op en neer langs haar spijkerbroek. „Door contact te maken met de stof word ik rustig”, legt De Coo uit. Die gewoonte was rijangstinstructeur Jan Hamelink (65) de afgelopen weken niet ontgaan. „Je kan het”, zegt hij terwijl de Hyundai de straat uitrolt.

Het is de negentiende rijles van De Coo. Volgende week staat haar examen gepland. Door een combinatie van autisme en faalangst durfde ze nooit te hopen op een rijbewijs. Tot ze „voor de lol” eens ging googlen en stuitte op rijangst.nl, de website van Hamelink. „Toen dacht ik: ik moet. De eerste drie lessen waren echt overleven. Ik probeerde met van alles tijd te rekken en vroeg Jan steeds of hij niet nog een sigaretje wilde roken.”

Rode vlekken, zweethanden, trillen, hartkloppingen, Hamelink heeft het allemaal gezien bij zijn leerlingen. Rijangst komt voor in alle smaken en gradaties. De meesten zijn bang voor de snelweg, tunnels of rijden in het donker. Sommigen hebben schakelangst, zijn bang voor de hellingproef, of om overvallen te worden door slecht weer. En dan heb je nog de paniek om te rijden met een bijrijder, zonder bijrijder of juist als bijrijder. Als iemand vastloopt in een paniekaanval of begint te hyperventileren, dan stopt Hamelink de auto even langs de kant. Nadat de rust is wedergekeerd, moet de leerling zelf verder rijden. „Anders voed je de angst.”