Ingestorte gebouwen en mensen die in paniek door de straten rennen. Beelden tonen grootschalige verwoesting. Woensdagavond rond 18 uur lokale tijd werd Venezuela getroffen door twee opeenvolgende aardbevingen, met een kracht van 7,2 en 7,5 – de zwaarste aardbeving in het land sinds 1900. Er vielen honderden gewonden en tientallen doden. Die tol zal naar verwachting de komende dagen verder oplopen.

Een verwoestende aardbeving komt nooit goed uit, maar voor Venezuela had het moment nauwelijks slechter kunnen zijn. Het land kampte al met een diepe politieke en economische crisis, met inflatie die is opgelopen tot honderden procenten per jaar. Sinds begin januari is de situatie verder op scherp gezet, nadat de Verenigde Staten de Venezolaanse president Nicolás Maduro ontvoerden. Tijdens een geheime operatie werden hij en zijn vrouw op 3 januari van hun bed gelicht en meegenomen naar een van de zwaarst beveiligde gevangenissen van de VS.

Van een klassieke regimewisseling bleek geen sprake: de Amerikaanse president Donald Trump sprak vrijwel onmiddellijk zijn steun uit voor vicepresident Delcy Rodríguez, de nummer twee van het land, en passeerde daarmee de democratische oppositie. Het was eerder regimebeheer, zoals het Center for Strategic and International Studies in Washington het noemde. De bestaande machtsstructuur bleef grotendeels intact, terwijl Rodríguez, traditioneel een uitgesproken criticus van Amerikaanse invloed, nu als een marionet in een positie zit waarin zij nauw met Washington moet samenwerken.