In het noorden van Venezuela vond woensdag om 18.00 uur lokale tijd een zogeheten doublet van aardbevingen plaats. De twee bevingen, met respectievelijk een kracht van 7,2 en 7,5, traden vlak na elkaar op. Volgens het KNMI zat er 38 seconden tussen beide bevingen.
De aardschokken vonden plaats op een grote breuk op de grens van twee langs elkaar schuivende aardplaten, de Caribische Plaat en de Zuid-Amerikaanse Plaat. „De Caribische Plaat beweegt oostwaarts ten opzichte van Zuid-Amerika”, legt Douwe van Hinsbergen uit, hoogleraar mondiale tektoniek en paleogeografie aan de Universiteit Utrecht. Dat gebeurt met een gemiddelde snelheid van 2 centimeter per jaar. Volgens Van Hinsbergen hebben zich in de regio van Caracas de afgelopen eeuw geen vergelijkbaar heftige aardbevingen voorgedaan. „Geofysici hebben zich lang afgevraagd wat dat betekent.” Er waren volgens hem twee opties. Of de Caribische en de Zuid-Amerikaanse Plaat bewogen in deze regio vrij soepel en geleidelijk langs elkaar. Of het zat ondergronds om de een of andere reden vast, waardoor zich steeds meer spanning opbouwde. „Met de grote klap van gisteren weten we het antwoord”, zegt Van Hinsbergen.
De aardbeving was een zogeheten zijschuiving – in het Engels een strike-slip fault. Hierbij bewegen de beide zijden van een breuk horizontaal ten opzichte van elkaar. Van Hinsbergen schat dat door de ontlading van spanning de twee zijden van de breuk nu over een lengte van 100 tot 200 kilometer ineens een paar meter ten opzichte van elkaar zijn verschoven.












