Het is de komende dagen erop of eronder voor Vesteda, de grootste commerciële woningverhuurder van Nederland. Hoe gaat het zijn toekomst veiligstellen?

Zo groot als het fonds is, met 28.000 huurwoningen, voornamelijk in de Randstad, zo klein is zijn bewegingsvrijheid. Al maandenlang mag Vesteda geen nieuwe woningen bouwen, geen nieuwe panden kopen en geen extra schulden maken. En ook de komende jaren is het voor de grootste verhuurder van middenhuurwoningen uit den boze om nieuw te bouwen of wooncomplexen aan te kopen.

Dit volgt uit afspraken die het beleggingsfonds maakte met zijn 24 aandeelhouders. Zij leveren het kapitaal waarmee Vesteda kon uitgroeien tot zo’n grote partij op de huurmarkt. Het zijn hoofdzakelijk Nederlandse pensioenfondsen en internationale verzekeraars die met hun geldstortingen een belang verwierven in Vesteda. En die willen bijna allemaal hun geld terug. Eerder dit jaar lieten vrijwel alle investeerders weten grotendeels uit te willen stappen, veelal om fiscale redenen.

Sindsdien wordt Vesteda direct in zijn voortbestaan bedreigd. De wens van Vesteda’s investeerders om hun participaties te verkopen voor 4,1 miljard euro betekent dat het woonfonds naar miljarden op zoek moet. Ofwel door nieuwe investeerders te vinden, ofwel door een groot deel van zijn woningvoorraad te verkopen. Daar komt bij: zolang het de terugbetaalverzoeken nog niet heeft ingelost, mag de grootste verhuurder van middenhuurwoningen de komende jaren geen nieuwe complexen aankopen of bouwen. Dit maakt het dossier-‘Vesteda’ tot een hoofdzaak voor het kabinet, dat de woningbouwdoelen van (midden)huurwoningen serieus in gevaar ziet komen.