Vakbondsleden vallen naar eigen zeggen bijna flauw, houden het niet uit in de keuken of hebben een baas die weigert de airco te repareren. Wat zijn onze rechten willen ze van Khalid Azougagh, beleidsadviseur veilig en gezond werken bij vakbond FNV, weten.

Bij de FNV hangen deze smoorhete dagen de usual suspects aan de lijn: oververhitte bouwvakkers en hoveniers. Maar ook mensen met een binnenberoep: detailhandelaren, kinderverzorgsters. FNV doet zelf extra moeite om contact te leggen met arbeidsmigranten, die doorgaans zwaar werk verrichten, maar minder snel klagen uit vrees voor contractontbinding.

Azougagh bezoekt weleens bedrijven waar „helemaal niet” over een hitteplan is nagedacht. Pas als werknemers gutsen van het zweet, wordt een verlegenheidsoplossing bedacht, bijvoorbeeld waterijsjes. Voorbeeldbedrijven kent hij niet, omdat leden alleen bellen als het fout gaat.

De summiere passage in de Arbowet over hitte helpt volgens de FNV’er niet: de temperatuur mag ‘niet nadelig’ zijn voor de gezondheid, staat er. Een slechte zaak, vindt Azougagh, want ook luchtvochtigheid, zonnestraling en windsterkte vormen risico’s. Ander euvel: werkgevers mogen zelf bepalen wat ‘niet nadelig’ is. Werknemers kunnen wel het werk stilleggen als de werkgever geen preventieve maatregelen neemt en je gezondheid in gevaar komt.