Wilde beesten die ons verscheuren: het raakt aan een oeroude, diepe angst. Zulke angsten beleven we graag in de veilige bioscoop. Zo telt dit jaar alweer drie speelfilms met haaien die op feeding frenzy gaan in een gecrasht vliegtuig of in een overstroomd kuststadje.
Wie verorberde ons niet? Ter land leeuwen, tijgers, wolven, honden, slangen en beren. Te water haaien, orka’s, reuzenoctopussen, krokodillen, barracuda’s en piranha’s. In de lucht roofvogels, raven en meeuwen – al is er verrassend weinig vogelhorror. Dan zijn er spinnen en insecten, in zwermenverband, onderhuids en kolossaal gemuteerd. En mocht de realiteit niet volstaan dan zijn er ook nog dino’s, fabeldieren en digitale hybrides als Octoshark.
Dierenhorror is inmiddels zo’n cliché dat de dierenhorrorkomedie een soort subgenre is geworden, met beren aan de coke en een tornado van haaien. Maar serieus kan ook nog steeds, de filmwereld heeft altijd vacatures openstaan voor opwindende en vraatzuchtige nieuwkomers.
Twee daarvan krijgen deze zomer een kans. In Whalefall belandt een jonge duiker in de buik van een potvis: een Jonah met wetsuit en zuurstoffles. Hungry is meer low budget. Het monster is hier een nijlpaard, dus honger lijkt niet het motief van deze agressief territoriale herbivoor. Hij moordt voor de lol, beweert een jager op groot wild, en hij kan dat weten.







