De naakte molrat, de blobvis: op sociale media wordt er over het uiterlijk van sommige dieren maar al te graag geschamperd. Gelukkig zijn er nog de biologen – die praten met respect over de soorten die ze onderzoeken. Toch?

Niet in het geval van de koboldhaai, blijkt uit een recent krantenartikel in The Guardian: daarin zegt de Australische vissenhoogleraar Culum Brown dat de haai „belachelijk afschrikwekkend” is om naar te kijken. „Zelfs zijn moeder zal niet van z’n gezicht houden.”

Een Goed Lelijk Beest dus. Arme koboldhaai. Toegegeven, zijn neus is wat lang, en zijn gebit toont veel tandvlees, maar dat heeft een functie: met die neus speurt hij zijn prooien op. En die kaken kunnen op indrukwekkende wijze naar buiten schieten om de argeloze slachtoffers te grijpen, als een kunstgebit dat met kracht naar buiten schiet. „Net een horrorfilm”, oordeelt Brown.

Al dat commentaar: je zou er als haai cameraschuw van worden. Niet gek dus, dat de zeven meter lange koboldhaai tot op heden nog maar zelden is waargenomen – de geobserveerde exemplaren waren óf al dood óf zaten vast aan een vislijn. En dat terwijl de haai toch vermoedelijk al zo’n 125 miljoen jaar rondzwemt.

Maar nu zijn er dan voor het eerst waarnemingen in de diepzee. In het Journal of Fish Biology staan twee koboldhaai­ontmoetingen beschreven: Australische wetenschappers filmden de haai in 2024 op bijna 2.000 meter diepte in de Tongatrog, tijdens een expeditie met het onderzoeksschip Dragon. En op duizenden kilometers daarvandaan werd de soort ook gespot door biologen van de universiteit van Hawaï.