De Oostenrijkse bondskanselier, Christian Stocker, zei deze week dat hij het een goed idee zou vinden als de Europeanen vredesonderhandelingen gaan voeren met president Poetin om de oorlog in Oekraïne te beëindigen. De kabinetschef van de Europese president António Costa heeft afgelopen weken contact gehad met iemand in Poetins entourage. „Helemaal mee eens,” zei Stocker, lid van de conservatieve volkspartij in Oostenrijk, in de Financial Times. „Oorlogen eindigen niet met wapens maar met succesvolle diplomatie. En voor succesvolle diplomatie heb je gesprekken nodig en onderhandelingen, en die kanalen moeten eerst geopend worden.”
Dit mag allemaal mooi en verstandig klinken, maar tegelijkertijd doemt hier een levensgroot probleem op: er is in Europa nul consensus over de vorm en het doel van zulke onderhandelingen. Europa dat als honest broker twee partijen dichterbij elkaar brengt, dat gaat niet: Europeanen staan aan Oekraïense kant. En als partij onderhandelen, gebeurt dat dan met Oekraïne, namens Oekraïne? En wie voert het woord? Iedereen wil wat anders. Het volgende struikelblok is de inhoud. Oostenrijk wil de „Russische beer” niet, zoals de zegswijze wil, te hard op de staart trappen, omdat hij dan nog gevaarlijker wordt. Ook Ierland, Hongarije en anderen zitten op die lijn. Maar de Baltische staten of Polen denken daar anders over. Op de Europese top, donderdag, uitten ook Frankrijk en Duitsland scherpe kritiek op het back channel dat Costa met Moskou had laten opzetten.












