Een geboorteaangifte moet binnen drie dagen gedaan worden in de gemeente waar het kind ter wereld is gekomen. Voor een statushoudergezin uit het Gelderse Rozendaal was dat in Arnhem, de buurgemeente. Moeder was dáár bevallen, in het ziekenhuis, dus toog dorpsgenoot Fernand Schakenraad, die het gezin namens Vluchtelingenwerk begeleidde, dáárheen met de kersverse vader. Rechtstreeks vanuit het ziekenhuis naar het gemeentehuis.

Had hij een afspraak gemaakt? Nee, dat niet. Oh, maar dan gaat het niet, hoorde Schakenraad aan de balie. De afspraak moest eerst ingepland. Online. Op „afspraak maken” klikken. Dan „selecteer een product”. „Kies een locatie”. „Datum en tijd”. Ja maar. Nee, nee. En toen ging Schakenraad, soms kun je niet anders, op zijn strepen staan. „We gaan hier niet weg vóórdat het kind is aangegeven!” Daarna was het alsnog zo gepiept.

Voor alles een afspraak maken, „zelfs voor de geboorte van een kind”; Schakenraad is het gewoon niet gewend. Want in zijn eigen Rozendaal, met 1.838 inwoners de kleinste gemeente van het vasteland, kun je voor zoiets gewoon binnenlopen. In het gemeentehuis, een statig gebouw met marmeren vloer, kennen de inwoners zowat alle 13,5 fte bij naam. De lijntjes zijn kort, de sfeer gemoedelijk.