Als „een van de grootste invloeden”, „de ultieme feelgoodkunstenaar”, of als een „leraar”: ook voor het werk van Nederlandse kunstenaars heeft de Britse schilder David Hockney, die vorige week op 88-jarige leeftijd overleed, betekenis gehad. Waar zat voor hen zijn kracht en invloed? Hockney begon begin jaren zestig in de toen heersende stijl van het abstract expressionisme, maar stapte – destijds vernieuwend – over naar vrolijk gekleurd figuratief werk. Hij schilderde zijn directe omgeving, personen en voorwerpen uit zijn eigen leven, ook zijn homoseksualiteit. Zijn kunstwerken waren tegelijk ook conceptueel: ze onderzoeken hoe we de werkelijkheid waarnemen. Naast zijn kunst schreef Hockney boeken over kunst en waarneming, en was hij een markante figuur in het Britse openbare leven. Vijf Nederlandse kunstenaars – vier schilders en een fotograaf – vertellen welke kunstwerken betekenis voor hen hadden.
Erik Mattijssen (1957), schilder‘Die houding was heel belangrijk voor mij: dat je mag genieten van de wereld om je heen’
„De grote rol die David Hockney in mijn leven speelde, realiseerde ik me pas echt goed toen hij dood ging. Ik haalde zijn boeken weer van de plank, twaalf bleek ik er te hebben. De eerste kreeg ik in 1978, met daarin zijn tekeningen van blote jongens onder de douche. Hij tekende zijn leven, zijn vrienden op een vrolijke, gewone manier. Dat dat met plezier gepaard ging, speelde ook voor mijn eigen coming-out mee.















