‘End bossiness’, en dan, met typisch hockneysiaanse humor: ‘soon’. Niet direct, dat zou te bazig zijn. De tekst staat op een sticker, geplakt op Hockneys borst, op een recent geschilderd zelfportret in de grote overzichtstentoonstelling in Fondation Louis Vuitton in 2025 in Parijs. Met de sticker, en de button die de echte Hockney in interviews op z’n borst droeg, verzette de schilder zich tegen een Brits rookverbod. Zelfs vanaf één van de toppen van de Olympus van de kunstwereld bleef Hockney vrolijk recalcitrant.
Nog zo’n onvergetelijk Hockney-citaat stond op de gevel van de Fondation: ‘Do remember, they can’t cancel the spring.’ De tekst hoort bij een tekening van een groepje ontluikende narcissen, die Hockney half maart 2020 via Instagram de wereld in stuurde: een hoopvolle boodschap, terwijl de wereld in de ban is van het nieuwe coronavirus. Die digitale tekening – met knapperig groene steeltjes die nog nét niet sterk genoeg zijn voor de knalgele bloemkelken, maar de belofte is er – toont Hockney in essentie. Opbeurend, inventief, en vooral: kunst waar het kijkplezier vanaf spat.
Vrijdag werd bekend dat de Britse schilder David Hockney op 88-jarige leeftijd is overleden.
Altijd hield Hockney (Bradford, 1937) vast aan de figuratie, ook wanneer dat totaal niet in de mode was. Altijd onvermoeibaar geïnteresseerd was hij in het onderzoeken van de waarneming: wat zien we precies? „Kijken is het grootste plezier in mijn leven”, zei hij vaak in interviews. Gretig was hij daarin ook in zijn experimenten met technologie – tot op hoge leeftijd. In de zeventig jaar die zijn carrière omspant, maakte Hockney portretten, landschappen, stillevens in verf, houtskool, polaroid, met kopieermachines, op iPhone en iPad. Hij ontwierp kostuums en decors voor de opera en exposeerde zijn werk vrij recent nog in een digitale immersieve ruimte – met beamerprojecties die de toeschouwer omringen. Bij een andere kunstenaar zou zoiets misschien een gimmick zijn, bij Hockney sloot het aan bij zijn hang naar experiment.










