Een waarschuwing is op zijn plaats, want toen ik eerder over uitwerpselen schreef kreeg ik een brief van een lezer die niet tijdens zijn ontbijt met dergelijke onderwerpen geconfronteerd wilde worden. Daarom: deze column gaat over poep. (En, trigger warning in geval van oranjeallergie: ook over het WK.)

Afgelopen weekend zag ik in Het Natuurhistorisch de drol van wijlen olifant Ramon (1971-1998), befaamde fokstier van Diergaarde Blijdorp. Overleden tijdens de paring: een arbeidsongeval. Nu heb ik een zwak voor olifantenpoep sinds ik ooit een 8-minuten-durende kindernatuurdocumentaire maakte over een mestkever die op zoek gaat naar zijn grote liefde – talloze uit de kluiten gewassen keutels heb ik doorgespit op zoek naar de perfecte hoofdpersoon. Maar Ramons vijg (gelegd op 3-jarige leeftijd) is extra bijzonder. Het was kunstenaar Bob van Persie die de ingedroogde drol aan het museum cadeau deed, inclusief een strik van toiletpapier. „Het mag een wonder heten dat zijn zoon, de bekende profvoetballer Robin van Persie, nooit een balletje met het bijna kogelronde voorwerp getrapt heeft”, aldus het tekstbordje op de vitrine.

Arme Robin. Twaalf jaar geleden tijdens het WK nog cryptogramwaardig materiaal (‘Deze oranjespeler zit bomvol vitaminen’, 5+3+15), nu een op sterk water gezette voetbalcoach. Schrale troost: ook als zijn naam niet meer gescandeerd wordt in de Kuip leeft hij nog voort in Het Natuurhistorisch.