Nederlands-Marokkaanse vrouwen eisen steeds nadrukkelijker hun plek op. Niet als symbool, uitzondering of maatschappelijk vraagstuk, maar als mensen die zelf willenbepalen wie ze zijn. Toch wordt ons bestaan nog vaak bekeken door de verwachtingen, angsten en interpretaties van anderen. Waarom moeten wij voortdurend gelezen worden in plaats van simpelweg te mogen bestaan?

Zelf zette ik mij al vroeg af tegen de conservatieve verwachtingen waarmee ik opgroeide. Als derde generatie uit een Marokkaans gastarbeidersgezin verruilde ik een leven vol opgelegde ideeën over vrouw-zijn voor muziek, rock-’n-roll, mijn band en een studie aan de kunstacademie. Lange tijd dacht ik dat vrijheid hier betekende dat je iets achter je laat: een omgeving, een idee, een verwachting. Pas later ontdekte ik dat ook zogenaamd vrije omgevingen hun eigen projecties met zich meebrengen.Misschien maakt dat deze vorm van emancipatie anders. Minder een zichtbare revolutie, meer een langzaam proces van zelfdefinitie. Dat is ook niet los te zien van het politieke klimaat waarin veel Nederlands-Marokkaanse jongeren opgroeiden. De jaren van Wilders vormden niet alleen een debat, maar ook een sfeer. Als artiest in de muziekindustrie kreeg ik regelmatig opmerkingen als: „Heb jij die liedjes wel echt zelf geschreven?” Of mannen die mij na een concert uitgebreid The Beatles gingen uitleggen. „Maar dat kan jij vanuit jouw cultuur toch niet hebben meegekregen?” Ook tijdens bijbaantjes naast mijn studie merkte ik hoe diep die aannames zitten.