De arrestatie van journaliste Jacqueline de Bruijn bij een pro-Palestijns protest in Amsterdam eind 2024 was onrechtmatig. Dat heeft de rechtbank vorige week geoordeeld. Het vonnis is ingezien door NRC. Destijds vertelde De Bruijn aan NRC dat zij ondanks haar perskaart gearresteerd werd en negen uur lang in de cel werd vastgehouden.

Die week waren demonstraties rond de Dam verboden, in nasleep van de rellen rond de voetbalwedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv begin november 2024. Toch waren op meerdere dagen demonstranten aanwezig. De journaliste deed daar op zondag 10 november verslag van en was aan het filmen toen ze werd gearresteerd. Tegen NRC zei de politie dat De Bruijn werd opgepakt omdat zij zelf deelnam aan de demonstratie. Maar er was „geen sprake van een redelijk vermoeden” daarvoor, zo oordeelt de rechtbank nu.

Ik vind het ernstig dat je moet bewijzen dat wat de politie zegt niet waar is. Dat is de omgekeerde wereld

Volgens de politie liet zij tevens pas op het bureau haar perskaart zien. Ook in die lezing gaat de rechtbank niet mee. Het vonnis beschrijft een opname waarop te horen en zien is dat zij beetgepakt en meegenomen wordt terwijl zij zegt dat ze haar perskaart kan laten zien. „Nee hoor, te laat”, zegt een agent. In een ander filmpje dat destijds rondging op sociale media roept De Bruijn meermaals dat zij journalist is en een perskaart heeft.