Al vroeg in de pandemie besefte het RIVM dat de corona-uitbraak in China groter was dan de officiële cijfers aangaven. Volgens Jacco Wallinga, destijds hoofdmodelleur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, was het onwaarschijnlijk dat het virus ook in andere landen zou opduiken met zulke cijfers: het virus zou gepaard gaan met veel hogere besmettingsaantallen en met veel meer zieken.
Wallinga vertelde dinsdagmiddag in een verhoor voor de parlementaire enquête hoe hij en zijn team, in die eerste weken nadat het virus was ontdekt in China, de besmettelijkheid probeerden in te schatten. Dat deden ze op basis van gegevens van lokale Chinese gezondheidsdiensten. „We hadden toevallig een stagiair die Chinees spreekt”, aldus Wallinga. „Al snel werd duidelijk dat het virus redelijk besmettelijk was en het ziektebeeld ernstig.”
In februari schatte Wallinga het risico van het virus al in op „ernstig of catastrofaal”. Dat is de hoogste categorie uit het draaiboek voor allerlei rampen. „Dat betekent: niets doen is geen optie”, zegt Wallinga. Hij waarschuwde dan ook algauw dat het virus de ziekenhuiszorg in de problemen kan brengen. „We hebben in vergelijking met de landen om ons heen weinig bedden op de intensive care”, zegt hij tegen de enquêtecommissie.













