vandaag, 05:04Meer Utrechters zijn tevreden over de hulp bij het huishouden die de gemeente aanbiedt. Toch schiet de ondersteuning op meerdere punten nog tekort. Er zijn nog altijd wachtlijsten en soms krijgen mensen minder steun dan waar ze recht op hebben. De Rekenkamer roept Utrecht op tot meer regie en strenger toezicht op de hulpverlening.Het staat allemaal in een rapport met de dubbelzinnige naam 'Stof tot nadenken' van de Rekenkamer Utrecht. Die onafhankelijke instantie kijkt of de gemeente haar geld goed besteedt en of het beleid wel de beoogde resultaten oplevert. De hulp bij het huishouden is bedoeld om ervoor te zorgen dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. De gemeente regelt hiervoor ondersteuning bij het schoonhouden van het huis. Uit dit onderzoek blijkt dat deze hulp voor veel mensen inmiddels goed werkt: 78 procent van de gebruikers vindt dat hun woning schoon en leefbaar blijft dankzij de ondersteuning. Dat is een stuk beter dan tien jaar geleden, toen lag dit percentage nog op 51 procent. WachtlijstenToch zijn er ook duidelijke problemen. Zo kampen inwoners al jaren met wachtlijsten, vooral door een tekort aan personeel. Daarnaast kan de aanvraagprocedure voor hulp vertraging oplopen. De gemeente baseert zich daarbij op advies van buurtteams. Wanneer de gemeente en het buurtteam het niet eens zijn, kan het lang duren voordat er een beslissing wordt genomen. Hierdoor moeten aanvragers soms onnodig lang wachten op hulp.Daarnaast komt het voor dat mensen minder hulp krijgen dan waar zij recht op hebben. In de praktijk zou dat ongeveer 2 uur per week moeten zijn. Als dat minder is, dan moeten mensen dat zelf bespreken met de zorgaanbieder. Maar niet iedereen kan dat of durft dat gesprek aan te gaan. Volgens de Rekenkamer zou er, wat dit betreft, meer maatwerk moeten komen. Wat is schoon?Ook verwachtingen spelen een rol. De gemeente belooft een "schoon en leefbaar huis", maar bewoners verschillen in hun ideeën over wat dat precies betekent. Waar de één dagelijks wil stofzuigen, vindt een ander een wekelijkse schoonmaak voldoende. Bovendien weten veel inwoners niet precies welke taken wel en niet onder de hulp vallen, wat kan leiden tot teleurstelling en misverstanden.Verder is de werkdruk voor schoonmakers de afgelopen jaren toegenomen. Waar zij eerder gemiddeld twee cliënten per dag hielpen, zijn dat er nu vaak drie. Daardoor is er minder tijd voor persoonlijk contact. Ook kunnen ze daardoor minder goed veranderingen bij cliënten signaleren, bijvoorbeeld bij de gezondheid. Dit maakt het moeilijker om te beoordelen of iemand extra of andere ondersteuning nodig heeft.AanbevelingenDe Rekenkamer doet daarom verschillende aanbevelingen aan de gemeente Utrecht. Zo moet de gemeente duidelijker communiceren over wat inwoners kunnen verwachten van de hulp. Ook moet zij zelf bepalen hoeveel ondersteuning iemand nodig heeft en ervoor zorgen dat inwoners krijgen waar zij recht op hebben. Daarnaast adviseert de Rekenkamer om de samenwerking met buurtteams te verbeteren, de werkdruk van schoonmakers te verlagen en hen beter te trainen. Tot slot moet de controle op de bedrijven die de hulp uitvoeren worden aangescherpt.