Meerdere keren per week, voor de maximale twee uur dat ze er in de buurt mag parkeren, demonstreert Laura Bligh bij het Kennedy Center. Ze heeft kartonnen fruitkistjes beschilderd om te protesteren tegen het feit dat Donald Trump in december zijn naam op de gevel heeft laten zetten, boven die van John F. Kennedy, naar wie het instituut voor podiumkunst in Washington postuum vernoemd is.
‘JFK niet DJT’ heeft zij in het wit op zwarte verf geschreven. De gevel oogt maar iets minder slordig: Trumps letters lijken net een andere kleur en een fractie kleiner dan die van Kennedy. „Niet om aan te zien”, zegt Bligh (66).
Ze kent het culturele instituut goed omdat ze vroeger personeelsbeleid deed voor het Nationale Symfonie Orkest dat hier speelt. Mensen die er nu werken en willekeurige voorbijgangers groeten en complimenteren haar. En ze vragen of zij weet: wanneer gaat zijn naam er weer af?
Tot Blighs genoegen besloot een rechter eind mei dat de naamsverandering onrechtmatig is en gaf die het centrum twee weken om de letters te verwijderen. „Als ze het doen zal het in het holst van de nacht zijn, met een groot doek ervoor”, denkt Bligh. „Zodat zo min mogelijk mensen Trumps nederlaag kunnen aanschouwen.”












