Voor de compensatie uit 2020 en 2021 bracht het ministerie van Binnenlandse Zaken het jaar daarna ongeveer 500.000 euro in rekening bij de NAM. Dat is volgens de rechtbank in Groningen onterecht.

Voor de compensatie is gekeken naar de waarde van de woningen op 1 januari 2019. De Hoge Raad stelde in 2019 al dat dat meetmoment te vroeg is. Op dat moment was het niet "voldoende zeker dat significante schommelingen in de waarde van de woning die samenhangen met het risico op bodembeweging zullen uitblijven". Daar gaat de rechtbank in Groningen nu in mee.

De rechtbank vindt dat de minister met een nieuw besluit moet komen. "Als de minister vindt dat er inmiddels wel sprake is van een voldoende stabiele toestand om de waardedaling van onverkochte woningen te begroten, is het aan de minister om dat uit te leggen en te onderbouwen", aldus de rechtbank in de uitspraak.

In een andere uitspraak geeft de rechtbank de overheid wel gelijk. De NAM, die eigendom is van Shell en ExxonMobil, was het niet eens met de betaling van 268 miljoen euro aan schadeafhandeling in 2020.

Het bedrijf had onder meer bezwaar tegen de afbakening van het gebied en de bepaling van de oorzaak van de schade. Hierin is volgens de rechtbank wel alles volgens de regels gegaan.