De discussie over hoe Europeanen hun verdediging organiseren speelt al jaren en voelt vaak als een herhaling van zetten. Totdat Donald Trump kwam met zijn openlijke twijfels over artikel 5 van de NAVO en zijn kritiek op Europese bondgenoten als klaplopers. Bij de NAVO stellen ze dat de top vorig jaar in Den Haag het probleem heeft opgelost, omdat Europeanen instemden om 5 procent van hun eigen bbp aan defensie uit te gaan geven. Maar de barsten in de trans-Atlantische relatie zijn reëel. Het wantrouwen evenzeer. Soms ziet de publieke opinie het scherper dan de elite: 73 procent van de EU-burgers zegt inmiddels dat Europa „zijn eigen weg moet gaan”.

Trumps oorlog tegen Iran heeft deze discussie urgenter gemaakt. Europeanen hebben dan wel een mooie slogan – „Dit is niet onze oorlog” – maar het is wél ons probleem. De energieschaarste neemt toe, de economische groei vlakt af en de rente moet waarschijnlijk omhoog. Nog erger: deze oorlog is ook een Europees veiligheidsprobleem. Precies die middelen die Oekraïne en Europa het hardst nodig hebben – luchtverdediging, munitie, maar ook politieke betrokkenheid – worden verlegd, vertraagd of ingezet als drukmiddel. Washington heeft duidelijk gemaakt dat er enorme vertragingen komen in de levering van al geplaatste orders. Dat raakt Oekraïne hard, maar hiermee dreigen er ook gaten te ontstaan in de Europese verdediging.