In de wijk Santa Úrsula Coapa in het zuiden van Mexico-Stad komt alles samen wat Mexico zo’n bijzonder land maakt. Gekleurde huizen, kerkjes uit de koloniale tijd met daarvoor pleintjes waarop gepensioneerden in de schaduw bijpraten, luidruchtige tacoverkopers op de straathoeken, markten waar verse groenten en fruit verkocht worden en muurschilderingen die de roerige geschiedenis van het land proberen te vangen.

Allemaal liggen ze rondom de absolute trekpleister van deze wijk: het Estadio Azteca, het grootste stadion van Latijns-Amerika waar een paar van de meest iconische voetbalwedstrijden ooit zijn gespeeld. De ‘kolos van Santa Úrsula’ wordt het stadion hier liefkozend genoemd. Op het aanstaande wereldkampioenschap voetbal, dat deze donderdag begint, worden er vijf wedstrijden in gespeeld, waaronder de openingswedstrijd tussen Mexico en Zuid-Afrika.

Het stadion is moeilijk te missen. Een imposante betonnen structuur, met hoge pilaren die de tribunes als een kroonluchter omklemmen. De bovenste ring is rood, met de letters Banorte erop. De prominente Mexicaanse bank heeft vorig jaar de naamrechten van het stadion opgekocht, waardoor men het tijdens het WK op officiële kanalen over het Estadio Banorte zal hebben. Maar voor Mexicanen, en eigenlijk iedereen die van voetbal houdt, zal het altijd het Estadio Azteca zijn.