Het is 13.00 uur ‘s middags in Mexico als de stadionspeaker in het bomvolle Estadio Azteca begint af te tellen in het Spaans. „Cinco, cuatro, tres, dos, uno…”. De tachtigduizend aanwezige toeschouwers, veelal in het groen van het Mexicaans nationaal elftal, tellen luidkeels mee. Dan klinkt tussen de orkaan van geluid een fluitje en rolt de bal. Het WK is officieel begonnen, het is feest.

In de organiserende landen, met de Verenigde Staten en Mexico voorop, was de afgelopen weken weinig te merken van een feeststemming. De VS kwamen onder vuur te liggen vanwege het aan de grens weigeren van een topscheidsrechter uit Somalië, het zeer streng controleren van de teams uit Senegal en Oezbekistan, het niet uitgeven van visa aan stafleden van de Iraanse ploeg en het intrekken van tickets voor fans uit Iran.

Lees ook

Het iconische Estadio Azteca is (bijna) klaar voor het WK – omwonenden zijn er al klaar mee

In Mexico werd in de weken voor het toernooi geprotesteerd, door lerarenvakbonden, rechters, klimaatactivisten en families van vermiste Mexicanen. Er waren grote zorgen over de openingswedstrijd: als deze groeperingen zouden besluiten toegangswegen naar het stadion te blokkeren, zou dat voor een logistieke ramp zorgen. In buitenlandse media werd gespeculeerd of de openingswedstrijd wel door zou gaan.