Wat als er niets meer rest? Geen slaapkamers, geen plekken om naartoe te gaan als je ziek bent, geen stoepen om op te stoepkrijten, geen fonteintjes, olijfboomgaarden en ook: geen vaders, geen moeders, geen kinderen en geen dieren? Wat als alles gebroken is?
‘Der Tod ist ein Meister aus Deutschland’, schreef de van oorsprong Roemeense dichter Paul Celan in 1952 in zijn allerberoemdste, aan het hart knagende gedicht Die Todesfuge, in terugblik op de Holocaust. Maar in Gaza is de dood inmiddels een meester uit Israël, met inmiddels bijna 80.000 slachtoffers aan Palestijnse kant, voor het grootste deel vrouwen en kinderen.
Het mooie van kunst, literatuur, muziek is dat ze voor destructie, vergetelheid en verdriet woorden, beelden en geluiden weten te vinden. Kunst (zeg ik maar even in het algemeen) zal blijven getuigen, of het nu over de Holocaust is, de genocide in Gaza, de klimaatcrisis of de verwoestende burgeroorlog in Soedan.
Elke tentoonstelling van hedendaagse Palestijnse kunstenaars, op dit ogenblik zijn er ten minste drie in Nederland te zien, refereert aan de dood die elk ogenblik kan komen, aan leven op de allerdonkerste plekken, aan menselijke veerkracht en creativiteit. Zonder die twee laatste zou elk van de drie tentoonstellingen die ik zag een requiem zijn, maar dat is niet zo. Hoe zwaar ook het onderwerp, ieder kunstwerk barst van vitaliteit, weerbaarheid en hoop.







