Elke dag sterven er mensen, gewone mensen. En wie herinnert zich hen? Wat weet je nog van je eigen familieleden die pakweg een eeuw geleden zijn overleden? Na die tijd zijn mensen meestal verdwenen. Hooguit worden ze een statistiek.

Neem, bijvoorbeeld, vrouwen die sterven in het kraambed. Tegenwoordig gebeurt dat in Nederland nog maar weinig; in 2024 zes keer. Maar in 1935, toen de verloskundige zorg minder goed was, stierven ruim vijfhonderd vrouwen (op destijds 8,4 miljoen inwoners) aan wat het CBS „complicaties van zwangerschap, bevalling en kraambed” noemt. Ruim vijfhonderd vrouwen die nu vergeten zijn, hun levensverhaal verloren voor de geschiedenis – tenzij het door toeval weer tevoorschijn komt.

Een van die vrouwen was Anna Alide Gerdes Oosterbeek (1907-1935), roepnaam Zus, tijdens haar korte leven een succesvol tekenaar en grafisch ontwerper uit Den Haag. Ze illustreerde feuilletons in de Haagsche Courant en het Algemeen Handelsblad en maakte tekeningen voor kindertijdschriften; ze ontwierp boekomslagen, brochures, ansichtkaarten, ex-librissen en reclamedrukwerk voor ondernemers: een Haagse kleermaker, makelaars, luchtvaartmaatschappij KLM.

Zus Gerdes Oosterbeek bruiste van levenslust. In het tweepersoonsdagboekje dat ze in 1931 een paar weken bijhield met haar verloofde Jup van Rossem schreef ze hoe gelukkig ze was, „blij en vol levensmoed”. Ze reflecteerde op de mogelijkheid van verliefd worden op een ander en schreef dat aan hem: „Als er iemand komt, die me gek maakt van verliefdheid, zal ik ’t niet weggooien omdat ik alleen ontrouw zou zijn. Ik wil best (wat ze noemen) slecht zijn, als ik één moment dát heerlijke kan beleven! Niet ernaar zoeken, dat is altijd verkeerd, maar als ’t leven zoo op je aankomt, pluk ’t dan!”