De komende maanden zullen gemeenten keuzes maken die decennialang zichtbaar zullen blijven. Waar komen woningen? Hoeveel plek is er voor groen? Hoe wordt verkeer georganiseerd? En hoeveel ruimte krijgen kinderen om te spelen, elkaar te ontmoeten en zelfstandig op ontdekking te gaan?

Het recht van kinderen op spelen, rust, vrije tijd en culturele activiteiten is vastgelegd in artikel 31 van het VN-Kinderrechtenverdrag. Toch raakt dat recht in de praktijk vaak ondergesneeuwd door belangen rond woningbouw, mobiliteit, veiligheid, zorg en financiën.

Juist daar wringt het. Hoewel vrijwel iedereen erkent dat spelen essentieel is voor een gezonde ontwikkeling van kinderen, is dit zelden een uitgangspunt bij beleidsbeslissingen. Uit onderzoek van stichting Jantje Beton blijkt dat naar schatting vierhonderdduizend kinderen in Nederland nauwelijks buitenspelen. In dichtbebouwde wijken ontbreekt vaak veilige speelruimte en vormt druk verkeer een belemmering. Kinderen blijven binnen, waar de schermen lonken.

Dat is opmerkelijk. Want spelen is geen luxe, maar een levensbehoefte.

Neem buitenspelen. Daarover bestaat weinig discussie: bewegen, buiten zijn en zelfstandig op pad gaan zijn goed voor de fysieke en mentale gezondheid van kinderen.