Het zogenaamde FCAS-project moest de opvolger leveren van een vliegtuig dat ook uit Europese samenwerking voortkomt, de Eurofighter Typhoon. Het laat zien dat Europa moeite heeft om zelf een volwaardige defensie-industrie uit de grond te stampen.
Het FCAS-project draaide onder meer om een zesde generatie gevechtsvliegtuig, een type toestel waar ook Amerika, China en Rusland mee bezig zijn. Er zou een bovendien een pakket aan drones en een volwaardig luchtstrijdsysteem aan vasthangen. Naast Airbus en Dassault was ook het Spaanse Indra Systems betrokken. Maar vooral Airbus en Dassault stegelden lang over allerlei factoren en specificaties in het 100 miljard euro kostende project. De samenwerking op het gebeid van drones moet wel doorgaan.
Merz en Macron zouden zich maandenlang hebben ingezet om het project te redden en de geschillen tussen Airbus en Dassault op te lossen. Die draaiden vooral om waartoe het nieuwe toestel in staat moest zijn, iets waar de Fransen en Duitsers nogal over uiteen liepen.
Merz vroeg zich bijvoorbeeld af of een bemand gevechtsvliegtuig nog wel nodig is voor de Duitse Luftwaffe. Ook heeft het toestel wat betreft de Duitsers geen toestel nodig dat in staat is kernwapens in te zetten en op een vliegdekschip kan landen. Duitsland heeft geen vliegdekschip en ook geen kernwapens, Frankrijk wel.











