Enorme decors. Vuur, hijskranen, lichteffecten, stunts. Denk je theatergezelschap Vis à Vis, dan denk je: visueel spektakel. Bij de nieuwe voorstelling Carrousel, die afgelopen donderdag traditiegetrouw op het terrein naast het Almeerderstrand in Almere in première ging, kun je de hele bingokaart afvinken. Maar het moment in de voorstelling dat het meest beklijft, daarbij komen geen veiligheidstuigjes kijken, geen vuureffecten. Het is een ingetogen, poëtisch beeld. En het raakt echt.

Carrousel gaat over een kermisfamilie met Surinaamse wortels. De oude Ewald (Ruurt de Maesschalck) runt een draaimolen, die meer dan honderd jaar geleden gebouwd werd door zijn vader (Erwin Boschmans, te zien als geestverschijning). Ewalds wens is dat zijn dochter Frida (Cripta Scheepers) de attractie weer van hem zal overnemen, maar daar denkt ze zelf anders over. Niet alleen heeft ze ambities buiten het kermisvak, ook vertoont de oude carrousel de nodige kuren. Sowieso valt die, met zijn handgemaakte dierfiguren uit metaal, stof en hout, wat uit de toon op het blinkende, flikkerende kermisterrein. Is het niet eens tijd hem af te schrijven?

We zien hoe Ewald alles op alles zet om de molen te redden, alsof het zijn voorouders zelf zijn die hij in bescherming neemt. Zijn oma (Susan Malaika Bailey), die in slavernij werd geboren en na de afschaffing ervan haar zoontje, Ewalds vader, naar de andere kant van de oceaan bracht voor een beter leven, en daar aangekomen in een barak werd ondergebracht achter een hek. Zijn vader zelf die zich later verbeten staande hield in een door racisme getekend Europa.