Bij de musical Bokkenrijders zat ik, tegen het einde van de voorstelling, opeens met open mond te kijken. Als doorgewinterd theaterbezoeker overkomt je dat niet vaak, maar het visuele geweld in deze ‘spektakelmusical’ is ongekend. Op Bokkenrijders valt veel aan te merken, maar het is absoluut een voorstelling die bijblijft.

Regisseur Servé Hermans (tot 2023 artistiek leider van Toneelgroep Maastricht; inmiddels onder meer musicalproducent) stampt jaarlijks een grote productie uit de grond, op locatie in Limburg. Dat begon zo’n vier jaar geleden met het positief ontvangen Dagboek van een herdershond. Er volgden voorstellingen over de Limburgse overstromingen (Het was zondag in het zuiden, 2023) en de mijnen (Het geluk van Limburg, 2025).

Bokkenrijders is nog grootser dan z’n voorgangers. De musical vindt plaats in een voetbalstadion, waar een publiekstribune op het veld is gezet. Het enorme decor wordt omlijst door videoschermen en daar omheen ligt een bak, waar paarden kunnen draven. Er zijn stunts en vlammen blazen de hemel boven Maastricht oranje. Maar met open mond keek ik naar honderden drones, die opeens verschenen. Lampjes vormden een doodshoofd of een bokkenrijder te paard, steeds wisselende kleuren en patronen.