Het is alsof zijn longen weigeren om mee te werken. Alsof de lucht te dik is om goed te kunnen ademen. Bruno Martins Indi merkt het meteen, als hij op 29 juni 2014 het veld van Estádio Castelao in de Braziliaanse kuststad Fortaleza oprent. Eén sprintje, en de Oranje-verdediger ligt al op apegapen. De temperatuur op dat moment, even na enen in de middag: net geen veertig graden Celsius.
Martins Indi (dan 22 jaar) weet dat hij daar meer moeite mee heeft dan sommige medespelers. In de hitte moet zijn motor altijd even wennen aan de inspanning van felle sprintjes. En zo heet als op deze zondagmiddag heeft de voetballer van Feyenoord het zelden meegemaakt. De hitte dwingt wereldvoetbalbond FIFA zelfs tot een primeur: de achtste finale wordt het eerste WK-duel ooit met tussentijdse drinkpauzes.
Tijd om te wennen heeft Martins Indi niet, in deze ontmoeting tussen Nederland en Mexico. Halsoverkop moet hij het veld in, na negen minuten voetballen, vanwege een blessure bij teamgenoot Nigel de Jong. Voor een warming-up is geen tijd meer, vanaf de eerste minuut moet hij „vol gas”. Martins Indi voelt hoe hij vrijwel direct „in het rood gaat”. Hoe lang het hem kost om van elke inspanning bij te komen.













