Op de parkeerplaats van de Kawasaki-paardenrenbaan, net buiten Tokio, staan kampeerwagens in keurige rijen opgesteld. Boven de voertuigen wapperen vlaggen met namen van autohandelaren uit heel Japan. Bezoekers schuifelen over het drukke terrein en praten met verkopers over opklapbare bedden en uitschuifbare keukentjes. Opvallend is het formaat van de voertuigen: het merendeel van de campers is kleiner dan een gemiddelde Europese personenwagen.

„Puchi Kyan”, zegt Kiminari Kitagawara terwijl hij naar het vlaggetje boven zijn stand wijst, „is een afkorting van de Japanse woorden voor kleine camper.” Automonteur Kitagawara is eigenaar van Car Shop Assist, een garagebedrijf dat onder meer kampeerwagens bouwt. „We gebruiken deze naam speciaal voor onze lijn minicampers.”

Hij loopt naar een omgebouwde Suzuki Every, een compact tweezitsbusje dat in Japan vooral populair is bij pakketbezorgers en kleine ondernemers vanwege de verrassend grote laadruimte. „Als basis gebruiken we dit soort kei-auto’s.”

Wie ooit in Japan is geweest, herkent ze direct: ultracompacte bestelwagens, piepkleine stadsauto’s en hoekige busjes die zich door nauwe woonstraten wringen en parkeren op plekken waar normaal hooguit een scooter past.