‘Kijk, die is best oud!” Aras (11) en Kaan (11) zijn op zoek naar „opa’s en oma’s”. Met een camera en microfoontje in de hand speuren ze door de straten tussen de flats in Rotterdam IJsselmonde, de buurt waar ze beiden wonen.
Jongeren krijgen al genoeg aandacht, zeker op sociale media, vinden ze, terwijl ouderen vaak eenzaam zijn. En dus spreken ze iedere langsschuifelende man of vrouw achter een rollator of in een scootmobiel aan.
De jongens vragen de voorbijgangers naar hun hobby’s, naar welk land ze het liefst op vakantie gaan (of gingen), of ze de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, wat ze vroeger als kind wilden worden. „Dag mevrouw, mogen we u wat vragen stellen?”, zegt Aras. „Het komt wel op sociale media.”
Aras – sowieso de prater van het duo – stelt de vragen, Kaan bedient de camera en zegt ‘3-2-1’ voordat elk interview begint. Ze kennen elkaar al bijna hun hele leven. Ze zijn buurjongens, gaan naar dezelfde basisschool en Kaans vader is coach van hun voetbalteam – „we kunnen dit jaar nog kampioen worden”.
Romans, volksdans en vriendjes











