In een zwerm van knalblauwe pakken en rolkoffers laveren we het KLM-bemanningencentrum binnen. Onder het systeemplafond een rij incheckzuilen en nepleren zitbanken. In alles lijkt het bemanningencentrum op een hufterproof gate ergens anders op het vliegveld maar dan zonder verdwaalde reizigers in korstige trainingsbroeken. Hier zijn de haren zijn geföhnd, de lippen gestift en het uniform gestreken.
De wekker van stewardessen Jasmijn Arends (28) en Puck Brouwer (29) ging vanmorgen om drie uur in Aberdeen. Ze vliegen zo door naar Kopenhagen. Nu drinken ze samen met piloot Robert Bosma (59) een kop koffie. Het is negen uur, ontbijten deden ze gemakeupped en in uniform in het hotel. „Zodra je het uniform aan hebt, ben je KLM.” Volgens Jasmijn is dat verzorgd, energiek en vriendelijk. Ook als je een week lang om half vier ’s ochtends in een bedompte ontbijtzaal ergens in Europa wakker moet worden. „Dat doet het uniform wel met je”, zegt Jasmijn.
Lunchen doet „de crew” meestal aan boord. Uit „de crewtrolley” halen ze een broodje kaas, een wrap met kip of een stuk fruit. „Als je Europaweek hebt, zoals wij nu, wordt het wel eentonig hoor,” zegt Puck. Eten dat over is uit de businessclass gaat naar de crew. „Dat is wel echt een wat luxer segment”, zegt Jasmijn. Met het daggeld dat ze meekrijgen gaan ze vaak ’s avonds samen „een hapje eten in de stad”.






