Op een bankje voor de receptie van het asielzoekerscentrum in Dronten laat Amal Khadoor (40) haar vorige leven zien. Ze scrolt door foto’s op haar telefoon. Haar zoon lachend boven een verjaardagstaart. Haar dochters naast de barbecue op het terras van hun huis aan de Syrische kust. „De kinderen hadden allemaal een eigen kamer”, zegt Khadoor. „We hadden twee badkamers, twee wc’s. Er was veel ruimte.”

Tien maanden geleden vluchtte het gezin naar Nederland. Ze zijn al drie keer verhuisd: Ter Apel, Assen, Biddinghuizen en nu dus Dronten. Daar wonen ze in een barak aan het eind van het opvangterrein. „COA noemt dit een caravan”, zegt Khadoor, maar de keet is amper twaalf vierkante meter; zonder douche of toilet. ’s Avonds gaat haar man mee naar de wc’s, zegt ze: „Er hangen daar altijd dronken mannen rond.”

Geïmproviseerde opvanglocaties zoals barakken, hallen, schepen, kantoren, containers en tijdelijke woonunits, vormen sinds een aantal jaar een steeds groter deel van de opvang. Inmiddels is ongeveer twee derde van de locaties tijdelijk. Volgens inspecties én het COA zelf voldoen deze locaties vaak niet aan de kwaliteitseisen die het opvangorgaan zelf stelt, zoals privacy, zinvolle dagbesteding, voldoende begeleiding, toegang tot zorg en onderwijs.